Een land zonder bestuur

Het land zonder bestuur

Het is een grove schande dat we worden geleid door gekozen volksvertegenwoordigers die al sinds jaar en dag vooral met zichzelf bezig zijn. Terwijl het debat wordt gedomineerd door schreeuwers op links en rechts, zien we een totaal onzichtbare overheid. In vijftien jaar tijd is onze bevolking met ongeveer 1,5 miljoen mensen toegenomen: van 16,5 naar circa 18 miljoen. Maar het voelt alsof we tijdens die vijftien jaar niet werkelijk geregeerd zijn.

We kiezen wel volksvertegenwoordigers, maar in het Nederlandse parlement lijkt het voeren van debat een sport op zich geworden, los van de realiteit. Het gaat er maandenlang over woordkeuze, over elkaar de maat nemen en over randzaken. Men krijgt vrijwel niets gedaan. Zodra er frustratie ontstaat binnen een grote partij, splitst iemand zich af en begint een eigen fractie. Tegenwoordig hebben we een versplinterd landschap aan partijen, omdat iedereen denkt zijn eigen stukje te moeten beschermen. Iedereen claimt het monopolie op de waarheid, maar niemand neemt het voortouw om daadwerkelijk zaken op te lossen voor de Nederlander.

Zodra je dit opschrijft, weet je dat de eerste reflexmatige vraag zal zijn: ‘Wie is dan die Nederlander?’ En precies daar zit een van de grootste problemen in ons onbestuurde land. Men denkt alles maar eindeloos te kunnen bediscussiëren en overal tegenin te moeten gaan. De schuld ligt altijd bij een ander en we spelen oh zo graag de slachtofferkaart. We vinden het blijkbaar geweldig om te benadrukken hoe zielig en benadeeld we zijn.

Het zuurstofmasker-principe

De emoties van deze slachtofferrol daargelaten, ligt de oorzaak van de problemen natuurlijk in ons gebrekkige systeem. Ooit geloofden we in de trias politica, dachten we te leven in een zorgzame verzorgingsstaat en koesterden we de gedachte dat je met je kind urenlang onbezorgd in een speeltuin kon doorbrengen. De realiteit van vandaag is dat je overal geconfronteerd kunt worden met de overlast van asielzoekers, verwarde mensen die niet geholpen worden door de GGZ en andere maatschappelijke onrust.

Het is in de kern onmenselijk om mensen ons land binnen te halen, wetende dat we ze niets meer kunnen bieden. Toch blijven we principieel stelling nemen dat we iedereen die op de vlucht is voor oorlog moeten helpen. Maar wat als we dat simpelweg niet kunnen? Getuige de duizenden mensen die noodgedwongen op straat en in grasvelden moeten slapen. Getuige de GGZ, die de mankracht mist om duizenden getraumatiseerde mannen te begeleiden, terwijl de wachtlijsten er zonder de asielcrisis al jaren overvol zaten. We hebben geen huizen, we hebben geen ruimte, er zijn te weinig huisartsen, geen plekken op scholen en de gedroomde inburgeringstrajecten werken niet. Dus wat kunnen we deze mensen op dit moment nou werkelijk bieden?

Ik heb dit al eerder aangegeven met een simpel voorbeeld: denk aan een gezin met één of twee kinderen dat de zaakjes goed voor elkaar heeft. Bij de komst van een derde of vierde kind ontstaat er plotseling druk, chaos en stress. De onderlinge communicatie loopt terug, eigen grenzen worden overschreden en plotseling zijn daar de meldingen van kindermishandeling. De moraal van dit verhaal is simpel: zorg dat je je eigen zaken op orde hebt, voordat je aan gezinsuitbreiding doet. Dit kun je 1-op-1 ook toepassen op Nederland.

Simpelweg roepen dat het onze morele plicht is om te helpen, is niet voldoende. In een vliegtuig begrijpen ze dit principe wel: zet eerst je eigen zuurstofmasker op, voordat je de mensen om je heen helpt. Voor mijn gevoel heeft Nederland al minstens vijftien jaar geen masker meer op. Ik begin me oprecht af te vragen wat al die politici nu precies iedere dag doen. Elke beslissing duidt er namelijk op dat ze een eigen agenda voeren en hun persoonlijke carrière belangrijker vinden dan het welzijn van Nederland.

De omgekeerde wereld in de zorg

Ieder weldenkend mens weet dat je de jeugdzorg niet moet uitkleden. Links Nederland wordt maar al te graag giftig over ‘rechtse tokkies’, maar hoe kun je die groep kwalijk nemen dat zij boos protesteren tegen de komst van een AZC? Zij zien jaar in, jaar uit dat de regering de boel bestuurlijk niet op orde heeft. Iedere beslissing raakt het dagelijks leven van de burger. Alles wordt schrikbarend duur, maar we springen direct bij zodra er ergens oorlog uitbreekt en geven miljarden uit aan Oekraïne.

Zet daar tegenover dat we in vijftien jaar tijd 1,5 miljoen extra mensen moeten huisvesten. Hoe kun je dan aan je eigen bevolking verkopen dat zij zich rustig moeten houden? Zeker wanneer directe beslissingen hebben geleid tot enorme verschillen in de samenleving. We zien miljarden wegvloeien naar zaken waar de gewone Nederlander niets van merkt. Dat hoeft op zichzelf geen probleem te zijn, maar er ontbreekt een overkoepelend beleid dat voorziet in structurele hervormingen en verbeteringen voor heel Nederland.

Kijk bijvoorbeeld naar de enorme druk op de schatkist door gezinnen die diep in de problemen raken. Waarom moet je voor bijna alles in het leven getest worden, maar beweert een groot deel van Nederland dat het krijgen van een kind een absoluut recht is? Ik zou dat willen omdraaien: het creëren van een leven creëert een absoluut recht voor het kind. Als je bij het toetsen van bepaalde basale indicatoren daar niet aan kunt voldoen, zou je geen kind mogen krijgen. We zien nu dat werkelijk iedereen een kind kan krijgen, met als gevolg dat talloze levens in de knel raken omdat ze niet in veiligheid opgroeien.

Daar kunnen we concreet wat aan doen. Eerder schreef ik al over de honderdduizenden zaken van kindermishandeling per jaar. Dat betekent dat we twee opties hebben. Of we doen wat we altijd al deden: we faciliteren het leed en blijven doen alsof het recht van de ouders heiliger is dan het welzijn van het kind. Of we leren van de cijfers en gaan daadwerkelijk aan de slag. We moeten structureel bedenken wat er nodig is om dat aantal omlaag te krijgen, in plaats van te vervallen in zielige, reactieve acties zoals jankende berichten op LinkedIn over hoe zwaar kinderen het hebben.

Symboolpolitiek versus de rechtsstaat

Hetzelfde geldt voor de continue stroom aan meldingen over geweld tegen vrouwen. Keer op keer slaagt men erin dit onderwerp op de agenda te zetten, om er vervolgens een soort links politiek circus van te maken. Het verandert onderaan de streep helemaal niets voor de veiligheid van vrouwen, maar het brengt de initiatiefnemers wel mooi op de kaart. Het is goed voor de carrières van deze politici, zonder dat de praktijk verbetert. We zien politici vage hardloopsessies houden, we zien campagnes zoals ‘Wij eisen de nacht op’ en gemeenteraden die met kinderlijke afspraken gevaarlijke mannen proberen tegen te houden. Het is een achterlijke slangenkuil.

Als je als vrouw wordt aangerand of verkracht, dan moet het de normaalste zaak van de wereld zijn dat de dader direct aan de schandpaal wordt genageld. Wat is het voor een absurde gedachte dat een dader weet dat hij juridisch perfect beschermd wordt, terwijl het slachtoffer in kwestie achter de feiten aanloopt? Anno 2026 beweren we dat de dader recht heeft op privacy, en uit angst voor vergelding mag er van alles niet worden gepubliceerd. Ondertussen is de vrouw in kwestie emotioneel kapot en zal zij wellicht nooit meer een normaal leven kunnen leiden. Het is werkelijk ongelooflijk. Het wekt bijna de indruk alsof het rechtssysteem wordt beheerd door mannen die dit soort gedrag zelf ook tolereren.

Onderworpen aan het systeem

De harde bottomline is dat we leven in een systeem dat fundamenteel niet werkt. We doen alsof we geloven dat de rechtspraak naar behoren functioneert, alsof het nut heeft wat politici doen, en alsof zij het recht hebben om dit podium te blijven pakken zonder resultaat te leveren.

Kijk naar instituten zoals de NCTV, de Nationale Ombudsman en andere vergelijkbare gremia. Keer op keer brengen zij rapporten uit vol scherpe aanbevelingen, harde constateringen en dringende noodkreten. Denktanks en onafhankelijke onderzoekskamers adviseren de regering aan de lopende band en vinden van alles over de stand van het land. Toch lukt het de politiek niet om het tij te keren, om de problemen van de Nederlandse burger begrijpelijk aan te pakken en logica terug te brengen in het overheidsbhandelen.

Het voelt voor mij inmiddels alsof we volledig zijn onderworpen aan een criminele club van oplichters.